Een terras, balkon of plat dak dat begroeid is met bloemen, planten, groenten, fruit en zelfs boompjes in potten en bakken: het is een prima oplossing voor wie geen eigen tuin heeft. Let wel op met het gewicht van al dat groen. Zorg ook voor voldoende water (of irrigatie). En hoe reageren kamerplanten op het buitenleven? Enkele tips voor je eigen kleine miniparadijsje.

Zie je het graag groot en droom je al van een compleet stadsbos op je dak? Laat toch eerst checken of je dak/terras/balkonconstructie stevig genoeg is. Want met planten krijg je al snel een behoorlijk gewicht bij elkaar. Als je een echt groendak wilt aanleggen, moet er sowieso een specialist langskomen. De meeste platte daken kunnen wel een extensief groendak dragen, met lage (sedum)plantjes waar je niet op loopt. Voor een intensief groendak – een echte daktuin, zeg maar – heb je een zeer stevige onderbouw nodig. En een dito portemonnee.

Heb je geen zin om een vakman te laten langskomen en er flink wat duiten tegenaan te gooien? Dan zijn er nog heel wat mogelijkheden. Met klimplanten die op de begane grond wortelen, bijvoorbeeld. Heel wat klimmers hebben maar een of enkele stoeptegels ruimte nodig (wel even de toestemming vragen aan de stad of gemeente) en bereiken snel hoogte, waar ze meteen ook je terras kunnen begroeien. Daarnaast kun je terrasmuur goed van pas komen: met hangplanten creëer je een weelde aan groen die toch de constructie niet of nauwelijks belast.

Over potten, bakken en zakken

Waarin kun je terrasplanten best laten groeien? Online vind je legio systemen met plantzakken of kunststofpotten en -bakken, maar evengoed geweldige voorbeelden om zelf in mekaar te knutselen met paletten, betonijzers of zelfs petflessen (al zijn die eigenlijk gemaakt voor eenmalig gebruik, en gaan ze op de duur wel wat componenten van het plastic ‘lekken’). Let op: planten in potten drogen in de zomer veel sneller uit dan planten in volle grond. Een terras, balkon of plat dak kan best wel een onherbergzame ruimte zijn, waar de elementen vrij spel hebben.

Zorg in de eerste plaats voor voldoende water. Dagelijks met een gietertje rondgaan kan, maar kost verbazend veel tijd – al kan het ook heel zen zijn. Er zijn heel wat bewateringssystemen verkrijgbaar, maar zelf maken kan ook. Even rondsurfen levert je in een mum van tijd tal van ideeën op. Gebruik zoveel mogelijk regenwater, zo verspil je geen kostbaar drinkwater en je plantjes worden er minstens even blij van. Even belangrijk is dat je potten of bakken goed afwateren. Afgelopen zomer leerde ons immers dat flinke hoosbuien steeds vaker ons lot zullen zijn. En verzopen plantjes houden het evenmin als verdroogde lang uit.

Welke planten?

Eigenlijk kan bijna alles in potten of bakken. Zelfs kleine boompjes. Al hebben die wel een ruime, diepe bak nodig. Ook veel groenten doen het beter in een ruimere bak of pot. Maar plant zeker ook wat slasoorten en kruiden. Die hebben niet veel plaats nodig, en niets leuker dan even buitengaan om wat ingrediënten voor je maaltijd te plukken. Voor het overige: kijk goed in welke richting je buitenplekje georiënteerd is, en of er veel zon of schaduw is. Je lokale plantenzaak kan je dan wel de gepaste soorten aanraden.

Iemand die vooral wil genieten van zijn stukje groen, gaat voor robuuste planten die het in heel verschillende omstandigheden goed doen. Heb je groene vingers (en een goed georiënteerd terras), dan kun je je al weleens aan een oleander, een vijgen- of een olijfboompje wagen. En wil je echt snel je terras vergroenen, sleep dan je kamerplanten buiten. Al moet het daarvoor wel zomers warm zijn, en zet je ze best ook niet in de volle zon.