De koude dagen komen eraan, met energieprijzen die torenhoog blijven. Hoe houden we het toch nog gezellig binnen? Interieurtips van een professional.

Nu de herfst eraan komt, trekken we weer naar binnen. En daar willen we het tijdens de donkere maanden knus en gezellig maken. En warm, zelfs met de verwarming fiks lager. Hoe we een en ander het best aanpakken, vroegen we aan bij Kira Michiels, interieurarchitect uit Gent (www.kiramichiels.be). Zij merkt dat mensen in deze onzekere tijden budgetbewuster worden: “Ik krijg meer en meer de vraag naar enkel een ontwerp, waar klanten nadien zelf mee aan de slag kunnen in plaats van zich door ons verder te laten begeleiden. Veel interieurarchitecten willen dat niet, maar ik heb daar geen probleem mee.”

Warme materialen voor een gezellig interieur

Haar stijl beschrijft Kira als “eerder modern en strak”, al zijn kleur, warme materialen en gezelligheid ook belangrijk in haar werk. Haar uitgangspunt daarbij blijft de stijl van de opdrachtgever: “Het is niet mijn interieur, ik ga er niet in wonen. De klant moet er zich thuis in voelen, en er helemaal op zijn gemak kunnen zijn.” Dat maakt elk project anders. “Die afwisseling vind ik net fijn. Ik heb bovendien een breed gamma aan opdrachten: naast particulieren werk ik ook voor winkels, kantoren, B&B’s en dergelijke. Dat vraagt telkens een andere benadering.”

Kussens en plaids

Wie zijn interieur snel en met een beperkt budget herfstklaar wil maken, raadt Kira aan vooral te werken met accessoires. “Denk daarbij aan kussens en plaids in warme kleuren en materialen. Ook een tapijt misschien, al is dat vaak al een iets grotere investering. En schenk zeker ook aandacht aan verlichting: kleine lampjes her en der.” Zaken dus die je in het voorjaar, als het opnieuw warmer en lichter wordt, gemakkelijk weer kunt opbergen, of vervangen door wat lichters en fleurigers.

Herfstkleuren op de muren

Heb je meer tijd en geld te besteden, dan kun je bijvoorbeeld spelen met kleuren op de wand. “Ga voor warme herfstkleuren. En je hoeft niet meteen een hele wand te doen. Een klein stukje, zoals een nis in een andere kleur, kan al een heel mooi effect hebben. Ik werk ook vaak met behangpapier van merken als Arte of HookedOnWalls, omdat zij een enorme keuze hebben qua prints en kleuren.” Al is schilderen en behangen iets wat je niet elk seizoen doet, beseft Kira. “Daarom maak ik het liefst een mooi basisinterieur, waarin je dan kunt variëren met decoratie naargelang de seizoenen.”

Raamdecoratie

Ook raamdecoratie vindt Kira Michiels heel dankbaar om mee te werken. “Je kunt gaan voor zwarte of houten lamellen om een warm effect te creëren. En met gordijnen kun je ook veel sfeer en kleur in je interieur brengen. Die ga je natuurlijk ook niet vervangen als het weer warmer wordt, maar omdat ze in lente en zomer toch meestal open hangen, zijn ze dan minder opvallend aanwezig. Wees ook niet bang om te combineren: ramen met lamellen en andere met gordijnen in dezelfde ruimte, bijvoorbeeld. Met gordijnen kun je echt een statement maken, maar maak ze niet te fel.”

Hout is altijd warm

Je huis écht warmer maken met interieuringrepen is moeilijk, weet Kira. Daarvoor heb je structurele werken nodig als isolatie, goede beglazing of energiezuinige verwarming. Maar aan de feel kun je wel iets doen: “Gordijnen, zeker als ze goed gevoerd zijn, kunnen effectief wel wat koude buiten houden, al is dat natuurlijk beperkt. En veel hout gebruiken, zeker voor de vloeren, kan voor een warm gevoel zorgen, en daarnaast isoleert hout ook. Zo kun je toch de kou een beetje weren.”

Duurzaamheid en hergebruik

De interieurarchitect merkt op dat mensen tegenwoordig meer oog hebben voor duurzaamheid. Is dat niet contradictorisch in economisch moeilijke tijden? Duurzame materialen zijn toch duurder? Kira Michiels: “Mensen willen vaak echt wel iets dat lang goed blijft en niet stuk gaat. Het is investeren in de toekomst. En daar willen velen best wat extra voor betalen. Al hoeft dat niet altijd, want dikwijls gaat het ook om materialen die hergebruikt worden. Ook daar zie ik meer aandacht voor. En we kiezen weer veel meer voor lokaal: liever bijvoorbeeld bij een schrijnwerker uit de buurt aankloppen voor een nieuwe keuken, dan bij een grote fabrikant uit het buitenland.”