Als je kunt, isoleer dan je woning aan de buitenkant, zeggen specialisten. Maar waarom dan wel? Wat zijn de grootste voordelen van gevelisolatie? Hoe nefast zijn die fameuze koudebruggen of bouwknopen waarover je altijd hoort praten? Wat biedt de grootste voordelen, petrochemische of natuurlijke isolatie? Loont het om enkel de gevel te isoleren of pak je best meteen ook het buitenschrijnwerk aan? En hoe ga je het best aan de slag?

Binnenmuurisolatie versus gevelisolatie, de keuze is meestal snel gemaakt. “De buitenkant isoleren heeft een groot bouwtechnisch voordeel”, zegt Bruno Deraedt, bestuurder bij Bast Architects & Engineers (www.bast.coop) en onafhankelijk technisch adviseur voor IsoHemp (www.isohemp.com), dat milieuvriendelijke isolatie maakt op basis van hennep. “Om aan de binnenkant te isoleren moet je aan veel meer voorwaarden voldoen. Zo mag je geen regendoorslag hebben, bijvoorbeeld bij een bakstenen muur die vaak is blootgesteld aan wind en regen, en mag er geen opstijgend vocht en condensatie zijn.”

Er zijn ook aan aantal praktische beperkingen voor binnenmuurisolatie, klinkt het bij Deraedt. “Op binnenmuren kun je maar een beperkt aantal isolatieproducten plaatsen. Kalkhennep is bijvoorbeeld geschikt door zijn vochtregulerende eigenschappen: het neemt condensatievocht op in de winter en geeft dat weer af in de zomer. De plaatser van binnenisolatie moet daar dus echt goed voor opgeleid zijn, en certificatie is wettelijk verplicht. Voor het plaatsen van buitenisolatie hoeft dat niet.”

Doe het meteen goed

Buitenisolatie moet natuurlijk ook goed geplaatst worden. Bruno Deraedt: “Een grote vijand van isolatie is vocht, dat rotting of loskomen veroorzaakt. Het geheel moet dus goed water- en winddicht zijn, en vooral de aansluitingen aan de ramen zijn daarbij gevoelig. Daarom werk je het best in twee fases: eerst de plaatsing van de isolatie en de aansluitingen, om dan na een controle pas de afwerking aan te brengen.”

“Zorg er ook voor dat je meteen voldoende isolatie aanbrengt, om conform de wettelijke EPB-normen (EnergiePrestatie en Binnenklimaat) te isoleren”, vervolgt Bruno Deraedt. “Meteen goed isoleren loont altijd, en levert je een goed EPC of energieprestatiecertificaat op, wat belangrijk is als je de woning gaat verkopen of verhuren. Bovendien moeten tegen 2050 alle huizen sowieso aan strenge isolatienormen voldoen.”

Warme jas zonder rits

En hoe nefast zijn die fameuze koudebruggen waarover je weleens hoort praten? Bruno Deraedt: “Die term gebruiken we eigenlijk niet meer, tegenwoordig hebben we het over bouwknopen. Het zijn plekken waar je een verbinding naar buiten hebt en waar er geen isolatie is. Bijvoorbeeld waar twee soorten isolatie samenkomen en er geen perfecte aansluiting is.”

“Vroeger, toen we nog dunnere isolatie gebruikten, was het effect ervan veel kleiner, maar nu we veel meer isolatie aanbrengen, heb je ook een groter warmtetransport. Er is dus verhoudingsgewijs een veel groter lek op plekken waar isolatie ontbreekt. En door de grote temperatuurverschillen zijn dat ook de plekken waar gemakkelijk schimmelvorming optreedt.” Vandaar zijn advies om samen met de gevelisolatie meteen ook de ramen aan te pakken. “Een goed geïsoleerde gevel met daarin slechte ramen is zoals een warme jas aantrekken zonder de rits dicht te doen. Dat heeft ook weinig zin.”

Beste keuze?

Welk soort isolatie kies je het best? Je hebt de keuze tussen natuurlijke en petrochemische producten. Bruno Deraedt: “De petrochemische producten zijn meestal wat dunner voor dezelfde isolatiewaarde, ze zijn lichter en veelal ook goedkoper. Bij milieuvriendelijke isolatie is de productie veel energiezuiniger en gaat het om grondstoffen die dikwijls hergroeibaar zijn, zoals kurk, hout of hennep, en die ook nog eens CO2 opslaan.”

Bruno Deraedt wijst op ook op de impact van transport in de levenscyclus van isolatie en de mogelijkheden van recyclage van de natuurlijke producten. “De kalkhennepblokken worden dicht bij huis gefabriceerd en hebben dus een transportvoordeel ten opzichte van hout of kurk. En daarnaast zijn milieuvriendelijke materialen gemakkelijk te recycleren of te composteren in de toekomst. In de circulaire economie gaan we een gebouw dan ook veel meer zien als een voorraad materialen, terwijl het nu na afbraak nog meestal gewoon afval wordt.”