Onderzoeksbureau iVOX peilde bij duizend jonge Belgen tussen de 18 en 35 jaar naar hun huidige situatie én toekomstplannen. Bereikbaarheid en energiezuinigheid van woningen zijn top of mind. En betaalbaarheid? De helft van de ondervraagden koopt een woning met de hulp van familie.

Wanneer jonge mensen hun eerste stappen op de woningmarkt zetten, worden ze met heel wat vragen geconfronteerd. Kopen of huren? Wat is beter: nieuwbouw of verbouwen? En last but not least: hoe zullen we dit financieren? Groot wonen blijft voor velen de ultieme droom, maar ook het kleine wordt niet versmaad. Ongeveer een op de drie Belgen die deelnamen aan het onderzoek zegt open te staan voor minder voor de hand liggende woonvormen, zoals tiny houses, kangoeroewoningen of vormen van cohousing.

Opmerkelijk: 40 procent van de ondervraagde Belgen tussen 18 en 35 bezit al een huis of appartement, een kwart huurt en een op de drie woont nog thuis of elders. De woonsituatie hangt samen met de leeftijd: hoe ouder, hoe meer mensen zelf eigenaar zijn van een woonst. “In de doelgroep 30 tot 35 jaar is de helft eigenaar van een huis”, zegt Peggy Verzele, directeur van de studiedienst van de Confederatie van Immobiliënberoepen Vlaanderen (CIB).

Woonladder

De weg naar een eigen woning verloopt in verschillende fases. “Er bestaat een vorm van woonladder”, zegt Peggy Verzele. “Daarbij woon je eerst wat langer dan vroeger thuis, dan huur je een appartement, vervolgens koop je een flatje in de stad om daarna, bij de eerste gezinsuitbreiding, uit te kijken naar een huis in de stadsrand.”

“Wat opvalt, is dat die stappen elkaar vrij snel opvolgen en dat veel jongeren er ook één of meerdere overslaan, vaak dankzij financiële steun van ouders en grootouders”, geeft Verzele aan. Uit een recent onderzoek van adviesketen Immotheker Finotheker blijkt trouwens dat bijna de helft van de Belgen bij de aankoop van hun eerste woning een financieel duwtje in de rug krijgen van familieleden.

Stad, rand of platteland?

Bereikbaarheid speelt een erg belangrijke rol bij de keuze van een woning. De afstand tot en de bereikbaarheid van het werk is vaak een doorslaggevende factor. Ook de afstand tot familie en vrienden en de nabijheid van natuur blijken belangrijk. “Jongeren willen in een bruisende stad leven, waar altijd iets te doen is. Naarmate ze iets ouder worden, willen ze zich settelen en zoeken ze eerder de rust op”, zegt Olivier Carrette, gedelegeerd bestuurder van de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector (BVS).

De ideale woning van de meeste jonge Belgen is, volgens dit onderzoek, een groot huis buiten de stad. Maar de betaalbaarheid en bereikbaarheid van zo’n woning zetten hen vaak toch weer met beide voeten op de grond. “Iedereen die wil bouwen, heeft vooraf een droomhuis in gedachten. Slechts weinigen kunnen hun dromen volledig waarmaken omdat hun budget dat vaak niet toelaat”, zegt Thijs Eeckhaut, coördinator van de Federatie van Ontwikkelaars-Woningbouwers.

Renoveren en energie besparen

Bij die reality check hoort ook het besef dat een min of meer betaalbare bestaande woning doorgaans niet aan de hedendaagse verwachtingen van comfort en energie voldoet. Wanneer ze een woning willen renoveren, zijn de ondervraagde jonge Belgen bereid om maximaal 30 procent van het totale aankoopbedrag van de woning aan de verbouwingen te spenderen.

Er zijn heel wat redenen om een woning te renoveren. Meestal primeert het wooncomfort, maar het is ook vaak de bedoeling om de energieprestaties van de woning te verhogen. Zo’n 80 procent van de jonge generatie geeft aan dat ze het belangrijk vinden dat hun woning een laag energieverbruik heeft, voor 30 procent is dit zelfs een absolute noodzaak bij hun woningkeuze.