Verwarmen met infraroodpanelen: een goed idee?

Verwarming op fossiele brandstoffen moet zo snel mogelijk verdwijnen, zo leren ons onder andere de klimaatverandering en de oorlog in Oekraïne. Het meest valabele alternatief voor gas- en stookolieverwarming lijken warmtepompen. Maar ook infraroodpanelen komen steeds vaker op de voorgrond. Hoe werken ze? En is het een goed idee ze als hoofdverwarming te gebruiken?

Elektrische infraroodpanelen produceren stralingswarmte, en worden daardoor gemakkelijk verward met elektrische straalkachels en terras- en badkamerverwarmers die met een oranjeachtige gloed snel veel warmte kunnen stralen. Die kort- of middelgolvige toestellen zijn evenwel niet geschikt voor permanente woningverwarming. Daarvoor zijn ze niet energie-efficiënt genoeg, en bij langdurig gebruik ook ongezond voor huid en ogen. Infraroodpanelen zijn daarentegen ‘donkere stralers’: hun langgolvige infraroodstraling is niet zichtbaar, zacht en ongevaarlijk.

Nieuw en eeuwenoud

Stralingswarmte wordt weleens aangeprezen als een ‘nieuwe vorm van verwarmen’: het warmt niet de lucht op zoals centrale verwarming dat doet door middel van convectie, maar straalt rechtstreeks de warmte op je lichaam en de materialen in de kamer. Als je de warmtebron wegneemt, verdwijnt meteen ook de warmte, wat bij convectie niet het geval is. Nochtans is stralingswarmte eeuwenoud: een open haard produceerde vooral stralingswarmte (zo’n 90 procent) en maar een kleine beetje convectie, en ook bij een kachel is de straling groter dan de convectie.

Zonnewarmte

Het eerste grote voordeel van stralingswarmte is dat het aangenaam aanvoelt, zelfs als de omgevingstemperatuur laag is. Vergelijk het met de zon die je op een ijskoude winterdag toch nog met haar stralen kan verwarmen. Volgens de pleitbezorgers zouden we daarom dankzij stralingswarmte de temperatuur in onze huizen drastisch kunnen verlagen, omdat de infraroodpanelen ons heel gericht warm houden. Lokale warmte dus, in plaats van heel het huis te moeten verwarmen.

Tussenoplossing

Het zou meteen ook een oplossing kunnen zijn voor de vele slecht geïsoleerde huizen in onze regio: energie-efficiënte warmtepompen en een perfecte isolatie mogen dan wel het ideaal zijn, het gaat nog vele decennia duren vooraleer alle woningen daar effectief aan zullen beantwoorden. Omdat het nu eenmaal een flinke investering vergt, en veel werk. Dus kunnen we intussen maar beter een voorlopige oplossing bedenken door bijvoorbeeld met stralingswarmte de mensen in de huizen te verwarmen in plaats van de warmte lekkende huizen zelf, zo luidt de redenering.

Kritiek

Maar voor critici is dat veel te kort door de bocht. Ze betwijfelen sterk of je de temperatuur in de ruimte substantieel kunt verlagen zonder dat het oncomfortabel gaat aanvoelen, zelfs met stralingswarmte. Bovendien gaat een infraroodpaneel bij langdurig gebruik niet alleen de mensen, meubels, vloeren en muren verwarmen, maar ook de lucht. Convectiewarmte dus, zodat je eigenlijk gewoon je huis elektrisch aan het verwarmen bent.

Bijverwarming

Er is dus nog veel onzeker over de positieve dan wel negatieve effecten van infraroodverwarming, vooral omdat er eigenlijk nog weinig recent onderzoek naar gedaan is en we er nog niet veel ervaring mee hebben. Kunnen we de technologie daarom maar beter links laten liggen? Niet echt. Want infraroodpanelen hebben ontegensprekelijk voordelen. Als bijverwarming bijvoorbeeld, op een plek waar je niet de hele tijd verwarming nodig hebt, zoals een bureau of een badkamer. Zeker in die laatste is stralingswarmte nuttig, omdat het zorgt voor drogere muren en/of vloeren en schimmelvorming tegengaat.

Gemakkelijk

Infraroodverwarming is ook erg makkelijk te installeren: je hebt geen leidingen en ketel en/of buffervat nodig, maar enkel een stopcontact en een vrij licht en compact toestel. Dat er bovendien nog leuk kan uitzien: je hebt ze in verschillende kleuren, en soms zitten ze zelfs verwerkt in een spiegel of staat er een foto of kunstwerk op. Wel goed nadenken waar je de toestellen plaatst: op een plek waar de straling niet te veel gehinderd wordt, anders zit je in de koude ‘schaduw’, en zeker niet tegenover een raam, want dan straal je de warmte gewoon naar buiten.