Zo creëer je een doorleefd interieur

Strak en clean blijft voor veel nieuwbouw en renovatie de standaard. Maar het kan ook anders. Een doorleefd interieur, met meubels, decoratie, vloeren en muren die sporen van de tijd vertonen, is misschien gewaagder, maar straalt ook karakter en eigenheid uit. En je kunt er een veelheid aan sferen mee creëren.

Of we nu houden van klassiek of modern, landelijk of industrieel, veruit de meeste mensen willen een interieur dat ‘af’ is: alles moet er proper en netjes uitzien, zonder beschadigingen, het liefst zo nieuw mogelijk. Het moet met andere woorden lijken op de plaatjes in brochures van meubelwinkels die ons doen wegdromen. Zelfs van antieke meubels vervangen we de oude versleten stoffen, herstellen we zoveel mogelijk de schade, en poetsen ze op tot ze weer blinken als nieuw. Of we kopen gewoon een hedendaagse replica.

Vleugje mysterie

Allemaal best mooi, maar als we dan eens in een authentiek, doorleefd interieur komen, merken we dat onze afgeborstelde huizen er soms ook best wel clean en zelfs saai uitzien – ‘praktisch’ en ‘makkelijk in onderhoud’ – en dat ze vaak erg op elkaar lijken. Terwijl doorleefde woningen net een heel gamma aan verschillende sferen kunnen oproepen: sommige ogen ronduit nostalgisch of zelfs romantisch, vaak ook met een vleugje mysterie, andere dan weer stoer en rock-’n-roll. Een heel scala aan connotaties die onze huizen vaak missen. Maar hoe creëer je nu zo’n doorleefd interieur?

Landelijk

Bij een doorleefd interieur denken we in de eerste plaats vaak aan een landelijk interieur. Met meubels van ruw, ongepolijst hout waarin de vormen of imperfecties van de boom nog duidelijk zichtbaar zijn. Met een oude, stoere plankenvloer die maar minimaal bewerkt is. Met muren die nergens helemaal recht lijken en die oneffen bepleisterd zijn, en soms zelfs helemaal niet. Met grof geweven gordijnen voor de houten ramen, en de stoere balkenstructuur van het plafond duidelijk zichtbaar.

Klassiek en industrieel

Maar doorleefd kan veel meer betekenen dan dat. Een klassieke stadswoning kan bijvoorbeeld best wel netjes gerestaureerd zijn, maar ingericht met sleetse meubels waarop sporen van veelvuldig gebruik duidelijk zichtbaar zijn. Met lambriseringen en deuren die niet perfect zijn opgefrist, maar het patina van vele jaren dragen. En zelfs een modern of industrieel interieur kan extra karakter krijgen als het niet blinkt en glanst als nieuw, maar meubels en voorwerpen bevat die duidelijk al gebruikt geweest zijn, en die verhalen vertellen van andere levens.

Ruw hout

Wat ook de sfeer is die je wilt creëren, ga voor échte, pure materialen. Een houten, krakende vloer, met hier en daar zichtbare herstellingen en zelfs nog sporen van vroegere verf, kan charmant ogen. Met versleten laminaat of vinyl lukt dat niet. Ruw, ongepolijst hout is overigens altijd een goede keuze voor meubels en decoratie in een doorleefd interieur. Is steigerhout uit de handel je daarvoor te duur, dan kun je nog altijd aan de slag met oude paletten, die vaak gratis zijn. En zelfs banale houten meubels waarvan je het vernis verwijdert, kunnen verrassend voor de dag komen.

Verweerd metaal

Maar ook verweerd en ruw metaal kan prachtig ogen, zeker in een industrieel interieur. Of metalen voorwerpen die duidelijk sporen van gebruik vertonen, zoals geblutste lampen, oude kantoorrekken en -kasten, of sleets designmeubilair. Ook stoere en intensief gebruikte werktafels uit oude ateliers kunnen hergebruikt worden als keukenwerkblad, bureau of eettafel. In combinatie met onbezette muren en een betonnen vloer heb je zo algauw een erg robuust interieur met een grootstedelijke vibe. En de kans dat er snel iets stukgaat, is in dit geval miniem.

Repetitiekot

Helemaal leuk wordt het als je voor de repetitiekotlook gaat. Dan kan je ongegeneerd overjaarse en totaal niet passende meubelen combineren, versleten tapijten aanslepen, en die oerlelijke maar o zo comfortabele draak van een fauteuil op een prominente plaats in je living zetten. Zolang je het geheel maar een artistieke touch meegeeft: een gitaar losjes in de hoek, wat percussie-instrumenten her en der, een oude fotocamera, een platenspeler met een stapeltje vinylplaten … Erg opgeruimd hoeft het er ook allemaal niet uit te zien, want dit is een ruimte waarin geleefd wordt. En waarin oude levens ons nog steeds toezingen.