Kijkers van Blind Gekocht kennen Bart Appeltans als de binnenhuisarchitect die met een beperkt budget afgeleefde woningen omtovert in hedendaagse pareltjes. Maar hoe ging hij te werk bij de verbouwing van zijn eigen stek?

Op het eerste gezicht ziet de woning van Bart Appeltans eruit als een nieuwbouw, op het tweede gezicht ook. Maar schijn bedriegt. “Eigenlijk is het een grondige verbouwing van een jaren ’60-bungalow die we volledig hebben gestript en een nieuwe schil hebben gegeven”, vertelt Bart. “Alleen de dragende binnen- en buitenmuren zijn blijven staan. De meeste binnenmuren waren geen dragende elementen, dus die hebben we gesloopt en we hebben er deels een verdieping op gezet.”

“Een fantastische leerschool”

Samen met zijn vriend deed Bart een groot deel van de verbouwing zelf, en ze hielpen ook veel mee op de werf. “Daardoor duurde het allemaal wel wat langer, maar meewerken op de werf is iets dat ik elke (binnenhuis)architect zou aanraden”, zegt hij. “Het is een fantastische leerschool waar je pas echt ontdekt hoe alles in mekaar steekt. Neen, onvoorziene dingen zijn we niet tegengekomen. Ik ben iemand die geneigd is om alles op voorhand goed in te calculeren. Bovendien hadden we al heel wat lessen getrokken uit onze eerste verbouwing.”

Hoe begonnen ze eraan? “Ons vorige project was de verbouwing van een appartement. Deze keer was ik op zoek naar een bouwgrond om volledig vrij te zijn in mijn keuzes. Maar we vonden geen bouwgrond op een locatie die ons aanstond. Daarom zijn we beginnen zoeken naar andere opties en zo kwamen we op deze plek terecht, met een mooie volgroeide tuin en veel bomen achteraan. De constructie van zo’n gelijkvloerse woning uit de jaren ’60 is eigenlijk heel eenvoudig, met nauwelijks dragende binnenmuren. Zo kun je met een minimum aan ingrepen een totaal nieuw concept creëren, met behoud van de basisstructuur.”

Futureproof wonen

Het is een heet hangijzer in de discussies over futureproof wonen: wat doe je met het bestaande patrimonium, dat doorgaans onvoldoende geïsoleerd is en niet aan de esthetische en comfortnomen van vandaag beantwoordt? Afbreken of grondig renoveren? “Elk project is anders, maar in dit geval waren de fundering en basisstructuur meer dan goed genoeg om op verder te bouwen. Zo spaar je niet alleen heel wat materiaal, werkuren en energie uit, je kunt zo’n project ook realiseren aan zes procent btw. Andere oude gebouwen zijn mogelijk in te slechte staat, maar een grondige renovatie is toch altijd de moeite van het overwegen waard.”

Maximaal daglicht

Het vormelijk concept van de woning draait om een centrale vraag. Bart: “Hoe krijg ik de hele dag maximaal daglicht binnen in de woning? Contact met buiten vind ik superbelangrijk. Voorts moest het een woning voor ons tweeën zijn, die flexibel genoeg was om een andere indeling toe te laten, zoals de bureauruimte die we aan de voorkant hebben. Die gebruikten we voor mijn architectenbureau, tot we er met z’n achten zaten en het nodig werd om het kantoor naar een ander pand te verhuizen. Ik wou voorts een open gevoel met toch een aantal compartimenteringen en een tijdloos, heel warm interieur. Dat alles in een uitgepuurde vormgeving waarin ik volledig mijn eigen goesting kon doen.”

De voortuin verraadt nog de kantoorfunctie, met een oprit in kasseien en een aantal parkeerplaatsen op wit grind, afgewisseld met onderhoudsvriendelijke heuveltjes met hoge siergrassen. “De kiezel heeft dezelfde kleur als de gevelsteen, zodat je een eenvormige vibe krijgt die naadloos doorloopt naar het interieur.”

Anders dan veel hedendaagse woningen heeft het huis van Bart geen blinde gevel aan de straatkant. “Die verticale ramen in de voorgevel zitten er vooral omdat de voorgevel op het oosten georiënteerd is. Op die manier krijg je ’s ochtends en in de voormiddag veel mooi licht binnen in de voorste ruimtes, waar het kantoor is. Via een grote schuifdeur kan het licht verder binnenstromen naar de leefruimte. Ik wil altijd zo veel mogelijk ramen aan alle kanten van een ruimte. Zo krijgt de badkamer licht binnen langs drie kanten. En zo krijg je heel de dag zonlicht binnen.”

Hotelsfeer

In de badkamer valt het ingebouwde zithoekje op. Is Bart een badbabbelaar? “Het is gewoon heel leuk om in de badkamer bij te praten of op dat zeteltje te zitten om je te verzorgen. Badkamers van vandaag zijn niet langer klinische, puur functionele ruimtes, maar krijgen meer een wellness- en hotelgevoel. Daarom werk ik in badkamers zo veel mogelijk met stoffen, behangpapier, een gezellig kussen, … Meer en meer mensen vinden inspiratie voor hun woning in hotels en horeca: een mooi aangeklede badkamer, een slaapkamer met een haard en een bureautje, terrasverwarmers, enzovoort.”

In de keuken koos Bart voor een combinatie van donker gebeitst hout en marmer. Bij het aanrecht met kookhoek valt op dat het deels in natuursteen en deels in hout is uitgevoerd. “Dat is eigenlijk te danken aan de beperking van het materiaal”, legt Bart uit. “Ik was op zoek naar een natuursteen met een warme uitstraling. De steen waar ik voor viel, was alleen in kleine platen beschikbaar en zo ontstond deze speelse oplossing. Voor het eetgedeelte vond ik het dan weer leuker om op hout te eten dan op steen, wat toch altijd koeler aanvoelt.”

Strak én landelijk

Wat ook opvalt, zijn de wit geschilderde balken in het plafond. Bespeuren we hier een landelijk element in een strak interieur? “Hier stond vroeger een veranda, maar die hebben we afgebroken. De keuken is dus eigenlijk een bijgebouwd gedeelte. In het bestaande gebouw was de plafondhoogte beperkt tot 2,5 meter. Hier zag ik de mogelijkheid om wat meer ruimte te creëren met een plafond van drie meter hoogte. De balken hield ik zichtbaar omdat ik enerzijds niet wou verbergen dat het een aanbouw is en ook omdat het een mooi decoratief element is dat een landelijke toets geeft aan de keuken. Ik hou wel van wat modern-landelijke elementen in een voor de rest heel strak interieur.”

Het is ook duidelijk dat Bart veel aandacht heeft besteed aan verlichting met behoorlijk wat armaturen in en op het plafond. “Ik probeer bij verlichting altijd een mix te maken van direct en indirect licht met maximale dimmogelijkheden. Verlichting is het belangrijkste element om ’s avonds sfeer in je interieur te krijgen en wat dat betreft, heb ik me inderdaad niet ingehouden. (lacht)”

Eyecatchers

De leefruimte telt een paar eyecatchers: een stalen trap die voor een groot raam werd geplaatst, een gezellige gashaard ingebouwd in een blankhouten geheel en een neushoornkop in koper, een knipoog naar een klassieke haard met jachttrofee. Nog een opvallend en speels element: onderaan de trap kijk je recht de douche binnen. “Het grote raam achter de trap vind ik heel fijn omdat het de indruk geeft dat we een soort binnentuin hebben”, zegt Bart. “Dankzij de tuinverlichting is er ook na zonsondergang contact tussen binnen en buiten. Ik hou van het lijnenspel van het grote raam, de lamellengordijnen en de trap.”

Het buitenschrijnwerk in zwart aluminium valt op door zijn discretie. “Ik hou ervan als ramen en deuren strak en onopvallend zijn, vaak met weggewerkte profielen en zo rank mogelijk aan de binnenkant. Aan de buitenkant verdwijnen de profielen helemaal in de verticale latjes van de gevelbekleding. Door de combinatie met de ruwe, gekaleide baksteen en witte kalkstenendorpels krijg je een mediterraan effect aan de buitenkant.”

Copyright foto’s: Liesbet Goetschalckx